Het ongeklede hoofdstuk

Door Katelijne Depoortere

Sommige bijbelteksten gaan al jaren met je mee, andere lichten ineens extra op. In deze serie nemen acht voorgangers en theologen ons mee naar een bijbeltekst die voor hen een speciale betekenis heeft. Vandaag Katelijne Depoortere over Genesis 3.

Het is april van dat bijzondere jaar tweeduizend twintig. Ik ben mijn kraaiende peuter met een vrolijke Winnie de Pooh-handdoek aan het droogwrijven, wanneer beneden het zachte melodietje van de huistelefoon de zaterdagmorgen binnenbreekt. Enkele tellen later – mijn kleintje in luier en rompertje – kom ik halverwege de trap grote zus tegen. ‘Oh. Je bent er. Ik zei dat je nog sliep. Maar ze belt wel terug… de mevrouw.’ Hoewel mijn oudste dochter als vrijwillige secretaresse net een goede daad heeft verricht, voel ik iets van schaamte langs mijn benen naar beneden glijden. Ze zei dat ik nog sliep! Ik ben er niet alleen van aangedaan dat mijn reputatie als harde werker om zeep is: bovendien betrap ik mijzelf op ijdelheid. Waarom raakt mij dit eigenlijk? Ik, die altijd eenvoud preek. Daar op de trap, op die ordinaire zaterdagmorgen, is het niet mijn peuter, maar ikzelf die in mijn hemd sta.

Net zoals in de anekdote hierboven speelt Genesis 3 in een situatie van schaamte met woorden zonder kleren. De Naardense Bijbel (2004) durft in de vertaling van het taalspel zover te gaan dat de slang van alle dieren de meest uitgeklede wordt genoemd. Omdat je het verschil tussen naakt en gekleed letterlijk en lijfelijk, maar zeker ook figuurlijk en mentaal kunt voelen, raakt dit oerverhaal nog steeds aan de kern van ons mens-zijn.

Het woord zonde is in Genesis 3 niet terug te vinden. Des te meer gaat het over naaktheid, een andere naaktheid dan in het hoofdstuk daarvoor. Daarin schaamden de ongekleden zich niet voor elkaar. Maar dan overtreedt het mensenpaar de enige regel in de tuin van Eden. Zij eten van de boom van kennis van goed en kwaad en vervolgens worden zij zich bewust van hun naakt-zijn. In contact met de overtreding hebben zij iets te verbergen.

Ze maken schorten van vijgenboomloof. Ze verschuilen zich. Ze verzinnen excuses. De vrouw… De slang … Hoe typisch menselijk wordt het verhaal aangekleed. Maar er is iets wezenlijks veranderd: de onschuld is van hen afgevallen. Ze staan daar toch in hun blootje.

Het vijgenblad is nauwelijks genoeg om je schaamte te bedekken. Het is niet houdbaar in de wereld waarin de mensen sindsdien moeten leven. Menselijke oplossingen zijn erg ontoereikend, ze zijn niet in staat de sporen van het kwaad uit te wissen. Maar de ENE zoekt ons. ‘Waar ben je?’, klinkt het. En na het hele verhaal aangehoord te hebben en gedaan te hebben wat moest gedaan, zet Hij zich aan het werk om de mens écht aan te kleden, Hij, de HERE God. Ineens wordt Hij weer bij zijn warme naam genoemd.

De uitgeklede slang, de naakte mens… het rijtje wordt nog aangevuld met een dier dat van zijn huid wordt ontdaan. Een dier wordt opgeofferd om de mens te kleden. Het dier is een voorafschaduwing van de naakte man aan het kruis. Voor zij die het willen aanvaarden, Galaten 3:27: U hebt zich met Christus omkleed. Genesis 3 mag dan wel het meest ongeklede hoofdstuk zijn, het heeft meer om het lijf dan de moeder in haar hemd gezet en het kind in zijn rompertje.

Katelijne Depoortere
Predikant in De Olijftak te Brasschaat en (bijbelse)kinderboekenauteur

Dit bericht is geplaatst op zondag 12 juli 2020