Genade: einde verhaal?

Door René de Reuver

Sommige bijbelteksten gaan al jaren met je mee, andere lichten ineens extra op. In deze serie nemen acht voorgangers en theologen ons mee naar een bijbeltekst die voor hen een speciale betekenis heeft. Vandaag René de Reuver over 2 Korintiërs 12:9.

Misschien is het jou ook wel eens overkomen. Als jochie stoeide ik eens met een schoolvriendje. Volgens mij kon ik hem wel aan. Maar dat viel tegen. De stoeipartij werd steeds serieuzer en fanatieker. Niet ik maar hij bleek de sterkste te zijn. Ik kwam onder te liggen en kon geen kant meer op. Pas als ik ‘genade, genade’ zei, zou hij mij los laten. Hoewel ik hier helemaal geen zin in had, moest ik wel. Elke poging om los te komen mislukte. Mij restte niets anders dan ‘genade, genade’ te zeggen.

‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig’

2 Korintiërs 12:9, NBV

Sommige herinneringen van vroeger zijn het waard om vast te houden. Zo ook deze. Het leerde mij de betekenis van het woord genade. Het is geen woord dat je gemakkelijk in de mond neemt. Om genade te ontvangen moet je loslaten en je toevertrouwen aan een ander. Genade organiseer je niet maar ontvang je, ‘om niet’: het kost je niks.

Herijken

Hoe lastig het ook was om als jochie ‘genade’ te roepen, het woord is me steeds waardevoller geworden. Ik vind het dan ook bijzonder dat de synode van de Protestantse Kerk in haar laatste vergadering heeft uitgesproken dat genade de grondtoon voor ons kerkzijn is.
Nu kunnen bekende bijbelwoorden sleets worden. Verworden tot bekende klanken die weinig meer zeggen, zoals het woord genade in de bovengenoemde bijbeltekst uit Paulus’ tweede brief aan de Korintiërs. God maakte hem – zo schrijft hij – duidelijk: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig’. Om de bevrijdende kracht van het woord genade te blijven proeven is het nodig om het telkens weer te herijken.

Loslaten

Door de herinnering aan die stoeipartij intrigeert mij de bijzondere ervaring waarover Paulus schrijft in deze brief. Korinte was in die tijd een door en door religieuze stad. Spiritualiteit en religieuze ervaring stonden er in hoog aanzien. Toen Paulus er was maakte hij weinig indruk op de inwoners van de stad. Men vond hem maar een gewoon mannetje. Toch heeft ook Paulus een bijzondere spirituele ervaring gehad. Hij schrijft dat hij op een bepaald moment in vervoering raakte en werd ‘weggevoerd tot in de derde hemel’, tot in het paradijs. Deze extase was te groot om in woorden te vatten. Ondanks het overweldigende laat Paulus zich niet op deze ervaring voorstaan. Een bepaalde chronische aandoening weerhield hem ervan. Hoewel hij vaak heeft gebeden om genezing, moest hij leren leven met deze ‘doorn in het vlees’.
Deze pijnlijke realiteit heeft Paulus niet verbitterd. Integendeel, het heeft zijn geloof verdiept. Het kruis dat hij moest dragen herinnerde hem aan de weg van Jezus, aan zijn kruisdood. Aan zijn sterven en opstaan. Aan genade. Aan nieuw leven dat je ontvangt door alles los te laten en je over te geven. Het leerde hem – en ons: ‘je hebt niet meer dan mijn genade nodig!’ Roepen om genade – wat gebeurt in het onderstaande lied – betekent niet ‘einde verhaal’, maar een nieuw begin:

Heer, onze Heer, hoe zijt gij aanwezig
waar ook ter wereld mensen zijn.
Blijf zo genadig met ons bezig,
tot wij in U volkomen zijn.

Lied 275 couplet 5. Liedboek, Zingen en bidden in huis en kerk

Dr. René de Reuver
Scriba van de Protestantse Kerk in Nederland en was daarvoor predikant van de Marcuskerk te Den Haag.

Dit bericht is geplaatst op zondag 2 augustus 2020