Geloven zonder Bijbel?

Door Jan Belder

Lotje helpt moeder met het opruimen van de zolder. Zij vindt iets wat haar intrigeert. Een deftig zwart boek. Ze spelt het woord op de kaft en vraagt: , ‘Mam, wat is een Bijbel?’ Moeder zegt: ‘Dat is het boek van God.’ ‘Moeten we het dan niet aan Hem teruggeven’, vraagt het kind, ‘want wij lezen er toch niet in …’

Dat schijnt het lot van veel Bijbels te zijn. In het beste geval delen ze een plank met andere boeken. Onaangeroerd staan ze jaar na jaar in de maagdelijke staat waarin zij ontvangen werden. Hoogbejaarde soortgenoten staan te pronk. Folianten, gebonden in zwaar leer met koperen sluitingen versierd. Erfenis van vergane christelijkheid. Maar een Bijbel moet dagelijks gebruiksvoorwerp zijn. Stukgelezen worden. ‘Onderzoekt de Schriften’ is niet voor niets een aan een Bijbelvers ontleend motto. Span je daarbij biddend in en delf schatten.

Wordt de Bijbel nog gelezen?

Volgens het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap leest bijna de helft van hen die zich christen noemen, weinig of niet in de heilige Schriften. Hoe kan ons leven en dat van onze gezinsleden dan ooit onder de heilzame, confronterende invloed van Gods Woord komen?

Een tachtigplusser verzekerde mij echt wel te geloven in God, maar daar had ze geen Bijbel en kerk bij nodig. Zij is helaas geen unicum. Ook in kerkelijk meelevende gezinnen schiet het Bijbellezen er vaak bij in. Tijdgebrek is een dankbaar excuus. Ook het wegvallen van gezamenlijke maaltijden is een oorzaak. Heel wat gezinnen lijken op een duiventil met magnetron. ‘Mijn volk is uitgeroeid, het gaat te gronde, omdat het geen kennis heeft’, klaagt God bij monde van de profeet Hosea (hoofdstuk 4:6). Het gaat hier natuurlijk om kennis van God en van Gods wil. Om kennis die je hart raakt, verweven met liefde en eerbied.

God nadert ons in zijn Woord

Voor Calvijn is de Bijbel het kleed waarin God tot ons nadert. Je kunt er diepzinnige gedachten aan ontlenen, er bewijsplaatsen voor je dogmatiek en eigen gelijk in vinden, maar ondertussen de hand die uit dat kleed je toegestoken wordt negeren.

Woensdag 21 september was het vijfhonderd jaar geleden dat Luthers vertaling van het Nieuwe Testament verscheen bij Melchior Lotther te Wittenberg. Een bijzondere vertaalprestatie, gedreven door een hartstochtelijk verlangen dat het Duitse volk Gods Woord in zijn eigen taal zou kunnen lezen. Wie met de berijmde Psalmen meezingt over ‘Gods verbond en Woorden als onze schatten gadeslaan’, moet die schat vooral koesteren. Gods Woord is een geladen woord. Vol van God en Jezus Christus.

Waar het Woord zich in harten nestelt, groeien mensen naar Hem en naar elkaar toe. Waar het Woord dicht blijft, voltrekt zich het tegenovergestelde. Je ziet het voor je ogen gebeuren.

Ds. J. Belder is hervormd emeritus-predikant te Harskamp
Deze blog verscheen eerder in het
Reformatorisch Dagblad

Dit bericht is geplaatst op donderdag 29 september 2022