Eerste Advent: Stil maar, wacht maar?

Door Anne-Mareike Schol-Wetter

Het is eerste Advent. Met Advent wachten we op Jezus: op zijn geboorte in deze wereld die we met Kerst vieren, en op zijn wederkomst uit de hemel die we verwachten.

Misschien ken je dat lied wel: Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. Het past bij de tijd van het jaar waarin we leven: bijna eerste Advent, de weken voor Kerst waarin we uitzien naar het feest van Jezus’ komst op aarde. Althans zijn eerste komst, waarover we in Lucas 2, Matteüs 1-2 en Johannes 1 lezen. Zeker in Lucas en Matteüs voel je daarbij de spanning tussen de kwetsbaarheid tussen de kwetsbaarheid van dat kindje, geboren in de woelige en vaak gewelddadige wereld van het Romeinse rijk, en Gods plan, dat zich tussen de regels door onstuitbaar ontvouwt.

Het beeld van het kindje in de voerbak roept elk jaar opnieuw ontroering op. Maar als dat het enige was, zou Kerst vooral een feest van terugkijken en herdenken zijn. En dat is het nou juist niet!

Vol verwachting

Voor zover we weten, vierden de christenen in de vroege kerk geen Kerst en deden ze niet aan Advent. Maar ze keken wel vol verwachting uit naar Jezus’ terugkomst op aarde. In Jezus’ woorden en daden hadden ze een glimp opgevangen van Gods nieuwe wereld. En ze konden niet wachten tot die nieuwe wereld volledig zou doorbreken!

In heel het Nieuwe Testament speelt dat wachten op de komst van het koninkrijk van God een belangrijke rol. Johannes de Doper en Jezus vertellen over deze tijd: ‘Gods nieuwe wereld is dichtbij. Geloof dat goede nieuws!’ (Marcus 1:15). Volgens de oudste tradities in het Nieuwe Testament zou Gods koninkrijk binnen enkele jaren aanbreken (zie bijvoorbeeld Marcus 13:30; 1 Tessalonicenzen 5:1-11).

Uiteindelijk blijkt het toch langer te duren. Ziekte, dood, machtsmisbruik en onrecht blijven deel uitmaken van het leven op aarde. Allerlei perikelen rond de organisatie van de groeiende gemeenten vragen om aandacht. De hooggespannen verwachtingen maken plaats voor vragen en zelfs ongeduld. Hoezo ‘stil maar, wacht maar’? Had Jezus niet beloofd spoedig terug te komen?

Heb geduld

Dat is de situatie achter de brief van Jakobus. Een brief vol pittige vermaningen om niet achterover te leunen maar werk te maken van het geloof: ‘Gebruik je verstand! Als je gelooft, maar geen goede dingen doet, dan is je geloof zinloos’ (Jakobus 2:20).

En dan, bijna helemaal aan het einde van de brief, heeft Jakobus een boodschap van hoop (Jakobus 5:7-8):

Vrienden, heb geduld, en wacht op de dag dat de Heer terugkomt. Luister! In de lente en in de herfst wacht een boer tot het gaat regenen. Dan gaat alles groeien, en dan kan hij een grote oogst van het land binnenhalen. Maar tot die tijd heeft hij geduld. Heb geduld, net als die boer, en houd vol! Want de dag dat de Heer terugkomt, is dichtbij.

Advent is in de kerk volgens de traditie de tijd om aan deze verwachting te denken en daarbij stil te staan. We wachten in de weken voor Kerst niet alleen op de geboorte van Jezus, op zijn komst als mens naar onze wereld. We wachten ook op zijn wederkomst uit de hemel, op de komst van de opgestane Christus in onze wereld. En als we kijken naar de manier van geloven die in de rest van de brief van Jakobus centraal staat, is dat geen passief, stil afwachten in de hoop dat het ooit beter wordt, maar een actief wachten, waarin we onszelf en – voor zover dat in onze macht ligt – de wereld om ons heen voorbereiden op dat moment waarop echt alles nieuw wordt.

Nog niet en al wel

Gods nieuwe wereld is er al wel en toch ook nog niet. De teksten in het Nieuwe Testament zijn vol van de verwachting van een goede toekomst met God en Jezus. En wij? Wij mogen delen in dat wachten. We wachten – samen met de schrijvers en de lezers van het Nieuwe Testament, met al die gelovigen van toen en nu, wereldwijd. We wachten op de dag dat Jezus terugkomt en God bij de mensen zal wonen (Openbaring 21:3).

De oproep om met geduld uit te kijken naar de dag dat Jezus terugkomt, is een bemoediging om standvastig te zijn en het vertrouwen niet te verliezen. Dan kunnen we de toekomst tegemoetzien in het geloof en het vertrouwen dat het leven in Gods hand is. En dat God zal handelen op zijn eigen tijd en op zijn eigen manier. Wachten is dan geen nietsdoen en afwachten. Het is een actief of ‘gevuld’ en hoopvol wachten. Een uitzien naar. Met de belofte en de overtuiging van Jezus’ terugkomst naar deze wereld. Vol verwachting. In geloof.

Anne-Mareike Schol-Wetter is Hoofd Bijbelgebruik bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Deze blog is gebaseerd op deze Bijbel Basics-zondag.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 24 november 2022