De relevantie van partikels in Lucas

Marlon D. Winedt

Zodra een tekst gelezen wordt door een rationeel communicerend wezen, is (wordt) de tekst een vorm van communicatie. De vorm voldoet aan de principes van relevantie uit de Relevance Theory (RT), een cognitief-pragmatische theorie. Op 18 februari jl. promoveerde Marlon Winedt aan de Vrije Universiteit, bij de Leerstoel Bijbelvertalen, op de dissertatie A Relevance-Theoretic Approach to Translation and Discourse Markers with special reference to the Greek text of the Gospel of Luke. Dit artikel bevat zijn presentatie van tien minuten die aan de verdediging voorafging.

Om van een Griekse tekst uit het evangelie van Lucas tot een vertaling te komen in bijvoorbeeld het Nederlands, is een vertaalproces nodig geweest dat zich het beste laat verklaren als een proces van communicatie. Een tekst is geen ‘versteende’ geschreven code van aan elkaar gerelateerde taaltekens. Zodra een tekst gelezen wordt door een rationeel communicerend wezen, is (wordt) de tekst een vorm van communicatie, die o.a. voldoet aan de principes van relevantie uit de Relevance Theory (RT), een cognitief-pragmatische theorie.

RT ziet communicatie als een inferentieel proces. Dat wil zeggen dat de geadresseerde – degene met wie de communicator communiceert – uit het aanbod van verbale en non-verbale stimuli bepaalde conclusies trekt. Communiceren gebeurt niet zozeer op basis van decoderen van taaltekens, maar op basis van inferenties die worden afgeleid uit een bepaalde communicatieve context.

Ironisch

In Lucas 22:38 bieden de discipelen Jezus twee zwaarden aan naar aanleiding van zijn vermaning om beurs, reistas en zwaard mee te nemen. Jezus antwoordt: ‘Het is voldoende.’ Het decoderen van alleen de taaltekens zelf doet geen recht aan het feit dat het hier binnen de context om een ironische opmerking gaat.

Woorden zijn in de eerste plaats blauwdrukken van betekenis die door inferentie verrijkt worden tot proposities en die proposities worden weer gebruikt bij het communiceren en interpreteren van de boodschap. Er is een verschil tussen wat er gezegd wordt en wat ermee bedoeld wordt!

In theorie kan men uit één bepaalde taaluiting een enorme hoeveelheid inferenties afleiden. Maar toch vindt communicatie plaats. Spreker en geadresseerde beschikken over een gemeenschappelijk mechanisme waarmee ze selecteren wat de meest relevante interpretatie is. Als u, voordat u hier naar toe kwam, bijvoorbeeld zou hebben gehoord dat het proefschrift gedeeltelijk over partikels gaat, zou u binnen de context van een promotie aan de faculteit der Godgeleerdheid niet snel infereren dat het gaat om partikels in de natuurkundige zin van het woord, d.w.z. de kleinste eenheden waaruit materie bestaat op atomair of sub-atomair niveau.

Principe van Relevantie

Het Principe van Relevantie (PvR) is het cognitieve principe dat het communiceren mogelijk maakt. Het houdt het volgende in. De geadresseerde gaat ervan uit dat de mate van intensiteit of energie die hij moet opbrengen om een verbale stimulus te kunnen interpreteren, evenredig zal zijn aan de te behalen ‘beloning’. Met andere woorden, hoe groter de moeite, hoe groter de beloning moet zijn. Men verwacht de relatief kleinste inspanning voor de relatief grootste beloning. De beloning houdt in dat de nieuwe informatie, of de manier van presenteren van al bekende informatie, het wereldbeeld en het denken van de ontvanger, de geadresseerde, beïnvloedt. De beloning betekent in technische termen de mate van ‘contextuele effecten’. Een ‘contextueel’ effect is in RT een psychologisch begrip: het zijn de cognitieve effecten die teweeggebracht worden door de inferenties die men afleidt uit een propositie binnen een bepaalde context.

Dit betekent nog niet dat het PvR altijd met succes wordt toegepast, maar het is wel het mechanisme dat automatisch aan communicatie ten grondslag ligt. Het maakt ook duidelijk waarom communicatie kan falen.

Wanneer de geadresseerde een tekst of uitspraak interpreteert, doet hij dat vanuit veronderstellingen die hij vooraf (al dan niet ook volgens de communicator) heeft. Context is de allesbepalende factor waarbinnen de geadresseerde zijn conclusies trekt. Deze conclusies (inferenties) over de interpretatie van een taaluiting (woord, zin, verhaal) zijn in te delen in twee soorten. Enerzijds zijn er explicaturen, dat zijn alle inferenties die te maken hebben met de grammaticale en lexicale aspecten van een tekst. (Explicaturen zijn ook gedeeltelijk bepaald door de context, maar in mindere mate dan andere soorten implicaties.) De vertaler heeft met explicaturen te maken wanneer hij besluit een persoonlijk voornaamwoord uit de tekst (‘hij’) volgens de context nader in te vullen in de vertaling (‘Jezus’).

Explicaturen en implicaturen

Dus een explicatuur is niet helemaal gelijk aan expliciete informatie in een tekst. Impliciete verwijzingen naar participanten en lexicale verwijzingen zijn allemaal voorbeelden van explicaturen. De explicaturen ontstaan doordat de blauwdrukken van betekenis verrijkt worden met informatie uit de lexicale, logische of encyclopedische module van de mentale databank.

Anderzijds zijn er implicaturen, dat zijn de inferenties die niet in de talige structuur als zodanig worden geuit, maar geheel uit de context moeten worden afgeleid. Explicaturen en implicaturen zijn aspecten van communicatie die aan de uiteinden van hetzelfde continuüm liggen. Dus, explicaturen zijn ook door de context bepaald, maar in mindere mate dan implicaturen. In een vertaling dienen explicaturen altijd, wanneer de doeltaal erom vraagt, expliciet gemaakt te worden. Het expliciet maken van implicaturen is echter afhankelijk van de doelgroep waarvoor vertaald wordt en van het type vertaling.

Een directe vertaling is een vertaling die beoogt de totaliteit van de implicaturen en de explicaturen toegankelijk te maken voor een specifieke doelgroep. Een indirecte vertaling is een vertaling die alleen een gedeelte van de totaliteit aan explicaturen en implicaturen toegangelijk maakt. Een letterlijke vertaling in handen van een doelgroep met weinig achtergrondkennis van de bijbel is een indirecte vertaling.

Deze notie van explicaturen en implicaturen helpt ons om de vertaalpraktijk te analyseren en er aanbevelingen over te doen. Vertalen is afwegen welke explicaturen en welke implicaturen weergegeven moeten worden. Alle elementen die een tekst tot een samenhangend geheel maken (tot een ‘discourse unit’) kunnen gerangschikt worden onder deze twee categorieën. Een van de elementen die de samenhang in een tekst bepalen zijn partikels zoals maar, omdat, of en. Dit brengt ons tot het belangrijkste aspect van het onderzoek, namelijk hoe partikels met behulp van de RT-noties van explicaturen en implicaturen kunnen worden gerangschikt.

Een partikel kan zowel op het niveau van explicaturen als implicaturen fungeren. Bij explicaturen dient het partikel om een verbinding aan te brengen in de grammaticale, talige structuur of de houding van de spreker tegenover de taaluiting weer te geven, bij implicaturen draagt het partikel bij tot de verwerking van een propositie binnen een bepaalde communicatieve context. In het geval van de implicaturen wordt een partikel gebruikt in contextselectie en beperking van de mogelijke contextuele effecten. Partikels op het niveau van explicaturen fungeren meestal op micro-structureel niveau, binnen een propositie. In het geval van implicaturen betreft het grotere propositionele clusters (bijv. een alinea). Afgezien van een functie op het niveau van explicatuur of implicatuur dient verschilgemaakt te worden tussen de mogelijke interpretaties (functies) en demogelijke vertaalglossen bij iedere interpretatie. De interpretaties zijn dan specifieke contextuele manifestaties van het partikel. Een partikel kan de vertaalglosse maar hebben, zonder noodzakelijkerwijs een sterke adversatieve explicatuur of implicatuur te bezitten. Vertaalkundig gezien is het meer van belang om de pragmatische functie van het partikel in acht te nemen dan om de mogelijke vertaalglossen in Lucas in een doeltaal zoals bijv. het Nederlands of Papiamentu te selecteren.

IMPLICATUREN

Adversatief, macro-structureel, conclusie

Eliminatie

Uitbreidend, paragraaf, markeerder

Contextverschuiving

PARTIKEL

KAI


ALLA

DE



PLÊN

EXPLICATUREN

Additief, epexegetisch


Globaal contrast

Contrasterend



Balancing contrast (profetische stemming)

Ik noem één voorbeeld. In Lucas wordt het partikel alla het meest frequent gebruikt in de directe rede van Jezus. Het partikel heeft een talige betekenis (inferentie) van contrast en de belangrijkste contextuele implicatie is dat van ‘eliminatie van een verwachtingspatroon’. Het wordt in Lucas vaak gecombineerd met parallelle zinnen om de belangrijkste, climactische, proposities te markeren. Volgens het PvR geldt in het algemeen dat partikels die het minst frequent voorkomen een specifiek effect veroorzaken in teksten waarin ze wel voorkomen. In het Grieks zijn er verschillende partikels die de betekenis van ‘maar’ kunnen hebben, maar ons onderzoek wijst uit dat er verschillende vormen van ‘maar’ zijn: de, alla, plên, kai.

Tot slot

Een RT-benadering heeft haar tekortkomingen; ze is veelal gericht op contextuele analyses in plaats van schematische heuristische lijsten. De benaderingswijze is sterk cognitief bepaald, en wanneer dit niet gepaard gaat met een grondige grammaticale en inhoudelijke studie zou ze kunnen verzanden in overpsychologisering. Hopelijk maakt dit proefschrift, ondanks alle tekortkomingen qua inhoud en presentatie, ten minste duidelijk dat een RT-benadering, of welke andere linguïstische pragmatische benadering dan ook, een cruciale bijdrage kan leveren aan de interpretatie en vertaling van de nieuwtestamentische tekst als een samenhangend communicatief geheel.


Dr. M.D. Winedt is vertaaldeskundige, werkt mee als vertaler Nieuwe Testament aan het Papiamentu-vertaalproject en is vertaalconsulent voor de Wereldbond van Bijbelgenootschappen (United Bible Societies, UBS) in het Caribisch gebied, met als standplaats Curaçao.


Bronvermelding

M.D. Winedt, ‘De relevantie van partikels in Lukas’ in: Met Andere Woorden 18/2 (1999), 9-14.