De redder komt in kwetsbaarheid

Door Matthijs de Jong

Het kerstverhaal is een van de mooiste verhalen in de Bijbel. Het vertelt hoe Jezus wordt geboren in armoedige omstandigheden. Maria legt haar baby in een voederbak voor dieren omdat er geen betere plek is.

Die voederbak komt steeds terug in het verhaal. De engel noemt hem aan de herders: daaraan zullen ze zien dat dit het kind is waarover de engel spreekt, de redder die God heeft gestuurd. En tot slot is dit wat de herders aantreffen: een kind in een voederbak.

Het woord dat Lucas gebruikt duidt op een houten bak of ruif, een voerbak voor dieren. Een paar eeuwen geleden was ‘kribbe’ of ‘krib’ hiervoor een gewoon woord. Maar kribbe is inmiddels een kerstwoord geworden, een woord dat we alleen nog kennen uit het kerstverhaal. Dat maakt het ongeschikt voor de vertaling. Maria en Jozef kwamen niet de kerststal binnenlopen waar de vrijwilligers al keurig de kribbe hadden neergezet gevuld met vers stro. Nee, Lucas noemt hier een voorwerp uit het dagelijks leven. Precies zo’n ding waar Jezus het later over heeft als Hij zegt: ‘Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken?’ (Lucas 13:15). In het Grieks staat hetzelfde woord. In zo’n bak lag Hij zelf als baby.

Dat de voederbak steeds terugkomt in het verhaal is niet voor niets. Het brengt ons bij de diepere betekenis. Het verhaal van Lucas 2 begint in Rome, bij keizer Augustus, de machtigste man op aarde. En het loopt uit op de nederigste plek voor de pasgeboren Jezus: een voederbak. Het contrast kan niet groter zijn. Macht en aanzien aan de ene kant, kwetsbaarheid en nederigheid aan de andere kant. De een laat zich redder van de wereld noemen, de ander ís het.

Ik wens u toe dat de NBV21 u het verhaal als nieuw laat horen. Gezegend kerstfeest!

Matthijs de Jong
Hoofd vertalen en exegese Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Luistertip: Luister hier naar het kerstverhaal.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 23 december 2021