‘De NBV21 is een stevige basis bij oecumenische contacten’

Interview met Paul Kevers

Interview: Matthijs de Jong en Peter Siebe

Met Andere Woorden 41/1

Paul Kevers was als directeur van de Vlaamse Bijbelstichting lid van de Begeleidingscommissie die tussen 2017 en 2020 toezag op de revisie van de NBV. Hoe kijkt hij erop terug? Wat ziet hij als de belangrijkste verbeteringen in de NBV21, en wat betekent volgens hem de NBV21 als interconfessionele vertaling?

Paul Kevers.

Paul, hoe heb je het project ervaren?

Het was bijzonder boeiend om als lid van de Begeleidingscommissie mee te werken aan de NBV21. Ik heb dat met veel interesse gedaan. Ik kreeg hierdoor inzicht in de ‘interne keuken’ van het revisieproject en werd uitgenodigd me te verdiepen in moeilijke vertaalkwesties in álle Bijbelboeken, ook in minder vertrouwde. Dat hield mijn geest scherp. Het was voor mij ook een aangename kennismaking en samenwerking met enkele Nederlandse Bijbelwetenschappers en medewerkers van het NBG. Niettegenstaande de verschillende achtergrond van de leden verliep het collegiale overleg zeer vlot en hebben we praktisch alle problemen bevredigend kunnen oplossen.

Wat zijn naar jouw mening de belangrijkste verbeteringen in de NBV21?

De systematische aanpak van de revisie maakte indruk op me. De duizenden kritische opmerkingen en voorstellen die binnengekomen waren bij het NBG werden allemaal gewogen en geordend. Vervolgens werden vier methodische principes in acht genomen: consistentie, functionele concordantie, (nieuwe) wetenschappelijke inzichten en minder invulling, terwijl tegelijkertijd zorg werd gedragen voor het handhaven van de eigen NBV-vertaalmethode. Dat alles leverde duidelijk een betere versie van de NBV op.

Veranderingen waar ik persoonlijk blij mee ben zijn bijvoorbeeld:

  • het consistenter vertalen van het driemaal herhaalde hineni in Genesis 22;
ID: block_626f93385c5b7
NBV21, Genesis 22:1-19

1Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei Hij. ‘Ja, ik luister,’ antwoordde Abraham. 2‘Haal je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die Ik je wijzen zal.’

3De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken. 4Op de derde dag zag Abraham die plaats in de verte liggen. 5Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ 6Hij pakte het hout voor het offer, legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen die twee samen verder. 7‘Vader,’ zei Isaak. ‘Ja, mijn zoon, ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ 8Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn zoon.’ En zo gingen die twee samen verder. 9Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. 10Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. 11Maar de engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ja, ik luister,’ antwoordde hij. 12‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet Ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt Mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ 13Toen Abraham om zich heen keek, zag hij achter zich een ram, die met zijn hoorns verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon. 14Abraham noemde die plaats ‘De HEER zal erin voorzien’. Vandaar dat men tot op de dag van vandaag zegt: ‘Op de berg van de HEER zal erin voorzien worden.’

15Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham. 16Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de HEER: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je Mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, 17zal Ik je rijkelijk zegenen en je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zand op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. 18En dankzij jouw nakomelingen zullen alle volken op aarde zich gezegend noemen. Want jij hebt naar Mij geluisterd.’

19Daarna ging Abraham terug naar zijn knechten. Samen gingen ze weer op weg naar Berseba, en daar bleef Abraham wonen.

  • de nieuwe vertaling van Jobs antwoord in Job 42:5-6;
  • en de nieuwe interpretatie van de ‘vrouwonvriendelijke’ uitspraken in Prediker 7:26-28 – kwesties die onder meer door Bijbelwetenschappers uit Vlaanderen werden bepleit.

Is het voor katholieke lezers belangrijk dat Maria ook in Lucas ‘maagd’ wordt genoemd?

Het zou natuurlijk kunnen dat bepaalde katholieke lezers er blij mee zijn, maar dogmatische overwegingen mogen niet meespelen bij het vertalen van de Bijbel. De kwestie in Lucas 1:27 is dat het Griekse woord parthenos zowel ‘meisje van huwbare leeftijd’ als ‘maagd’ kan betekenen en dat Lucas Gods handelen benadrukt door het verhaalmotief dat Maria zwanger wordt zonder tussenkomst van een man. De revisie heeft een goede oplossing gevonden om dat alles in natuurlijk Nederlands weer te geven: ‘God zond de engel Gabriël … naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man… Ze heette Maria en ze was nog maagd.’

Je bent vertrouwd met de Willibrordvertaling en met de NBV/NBV21. Hoe verhouden die zich tot elkaar?

De Willibrordvertaling is een rooms-katholieke vertaling die ook in protestantse kringen wordt gewaardeerd. In feite zijn de Willibrordvertaling uit 1995 en de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV ) uit 2004 zusjes van elkaar. Ze zijn allebei brontekstgetrouw en doeltaalgericht. De onderliggende vertaalprincipes zijn grotendeels dezelfde, al worden ze in de NBV consequenter en strikter toegepast. De huidige, gereviseerde Willibrordvertaling (1995/2012) blijft een enigszins disparaat geheel met tekstgedeelten uit de jaren zestig van de vorige eeuw (het Nieuwe Testament behalve de evangeliën en Handelingen), de jaren zeventig (het Oude Testament behalve de Psalmen) en de jaren tachtig en negentig (Psalmen, evangeliën en Handelingen). De NBV21 daarentegen is een consistent en hedendaags geheel.

Een tweede verschil is dat de Willibrord een rooms-katholieke vertaling is, volgens de rooms-katholieke canon en met verklarende aantekeningen, terwijl de NBV het resultaat is van een oecumenisch, interconfessioneel vertaalproject en alleen tekstkritische voetnoten bevat.

We mogen ons gelukkig prijzen dat wij in ons relatief kleine Nederlandse taalgebied over meer dan één goede, hedendaagse en wetenschappelijk verantwoorde Bijbelvertaling beschikken. Het loont zeker de moeite om beide vertalingen naast elkaar te leggen en te vergelijken, in leerhuizen, Bijbelgroepen, bij preekvoorbereiding of persoonlijke Bijbelstudie.

Wat houdt een interconfessionele vertaling in?

Een interconfessionele vertaling houdt volgens mij in dat ze tot stand is gekomen in overleg tussen de verschillende christelijke kerken en genootschappen, en dat medewerkers uit al die kerken en genootschappen bij elke fase van het vertaalproces betrokken werden. Zo’n vertaling is de NBV. De hoop dat deze vervolgens door alle christelijke kerken als ‘kerkbijbel’ aanvaard zou worden, mag dan jammer genoeg niet vervuld zijn, de NBV/NBV21 is in ieder geval wel een stevige basis voor gemeenschappelijke Bijbelstudie en bij oecumenische contacten.

De mediabelangstelling voor de presentatie van de NBV21 was groot, ook in Vlaanderen. Niet alleen de NOS, ook de Vlaamse VRT maakte een tv-reportage. Wat zegt dat?

Dat zegt dat religie minder dan vroeger een taboe is voor de Vlaamse media en dat er ook op een serieuze manier over bericht kan worden. Al heeft het wel geholpen dat het NBG op een frisse, pittige manier publiciteit heeft gevoerd en bijvoorbeeld heeft gemeld dat ‘nieuwe diersoorten’ hun opwachting maakten in de nieuwe Bijbelvertaling. Zoiets wordt door de media gretig opgepikt.

Wat heeft de Bijbel vandaag de dag een seculier publiek te zeggen?

Zoals ik in mijn korte toespraak bij de presentatie van de NBV21 in Mechelen zei: de Bijbel is wereldliteratuur. ‘Je hoeft in verhalen niet te geloven om ze te kunnen beleven’, schrijft Guus Kuijer, auteur van De Bijbel voor ongelovigen. De Bijbel behoort tot ons cultureel erfgoed en ligt aan de basis van talloze meesterwerken uit de beeldende kunsten, de muziek en de literatuur. En onze Nederlandse taal is doorspekt met woorden en uitdrukkingen uit de Bijbel, veel meer dan de meeste mensen beseffen.

Maakt de Bijbel in de 21e eenentwintigste eeuw kans op een comeback in rooms-katholieke kring? En in de Vlaamse samenleving en cultuur?

Laten we het hopen, maar we moeten realistisch blijven. Ik denk dat de Bijbel meer centraal zal staan in de kring van overtuigde christenen, ook rooms-katholieken – maar die kring wordt steeds kleiner. Voorlopig zie ik ook geen einde komen aan de secularisering van onze samenleving en cultuur. Misschien kan de ontmoeting met nieuwkomers die overtuigd anders-gelovig zijn of een andere religieuze achtergrond hebben, de belangstelling voor de eigen joods-christelijke wortels doen toenemen. Het is de taak van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap en van de Katholieke en de Vlaamse Bijbelstichting om de Bijbel steeds opnieuw onder de aandacht te brengen en toe te lichten.


Dr. Paul Kevers is oudtestamenticus en directeur van de Vlaamse Bijbelstichting.


Bronvermelding

Mattijs de Jong en Peter Siebe, ‘“De NBV21 is een stevige basis bij oecumenische contacten”. Interview met Paul Kevers’ in: Met Andere Woorden 41/1 (2022), 48-51.