De Bijbel en de mier

‘Wijsheid – waar moet je haar zoeken?’ De schrijver van Job 28:12 is niet de enige die zich dat in de loop der eeuwen heeft afgevraagd. In Spreuken 6:8 vind je een wel heel origineel antwoord op die vraag: ‘Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs!’ Wat is het precies dat we volgens de bijbelschrijver kunnen leren van deze kleine insecten?’

De oogstmier: ijverig, zelfstandig en planmatig

Om erachter te komen waarom de mier als voorbeeld kan dienen, moeten we eerst kijken naar wat voor dier de schrijver precies voor ogen had.
De mier in het boek Spreuken is de oogstmier, niet de ons bekende huis-, tuin-en- keukenmier (Spreuken 6:8 en 30:24-25). Deze mier verzamelt in de oogsttijd graankorrels en andere plantenzaden. Hij sleept die van de akkers, van de dorsvloeren en uit de graanschuren naar zijn nest. Daar stapelt hij de zaden op in soms talloze voorraadkamers. Van tijd tot tijd komen de werksters de korrels ophalen. Die malen ze met hun sterke kaken fijn, zodat ze door klein en groot gegeten kunnen worden. Samen zorgen verzamelaars en werksters ervoor dat de mierenkolonie de winter overleeft. Op een zomerse dag is de oogstmier al gauw zo’n zestien uur per etmaal actief – niet gehaast, maar wel heel constant.

De bijbelschrijver onthult nog een ander geheim van het succes van oogstmieren: de manier waarop zij georganiseerd zijn. ‘Hoewel er onder hen geen leider is, geen aanvoerder, geen koning, halen ze in de zomer voedsel binnen…’ (Spreuken 6:7-8). De mieren blijken heel goed in staat om het vele werk dat gedaan moet worden, zelfstandig uit te voeren. Nesten bouwen, voedsel verzamelen, larven voeden, indringers buiten houden: elke mier is daar in principe bij betrokken, weet hoe dat gaat en wat daarvoor nodig is.
Ten slotte blijken mieren in staat om ver vooruit te kijken en planmatig te werk te gaan.
Als je in de winter te eten wilt hebben, zul je in de zomer een voedselvoorraad moeten aanleggen. Wie even de moeite neemt en van dichtbij naar de mieren kijkt, zal zich verbazen over de efficiëntie van alle inspanningen. Elke beweging dient een doel. Planmatig werken is de basis voor het succesvol voortbestaan van de mierenkolonie.

Nieuw arbeidsethos? Nee, nieuw inzicht!

Terug naar de les die je volgens de bijbelschrijver van de mieren kunt leren. Je zou verwachten dat in Spreuken 6:6 de luiaard wordt aangespoord om net als de oogstmier vol ijver aan de slag te gaan en vooral hard door te werken. Of dat leiderschap op de werkvloer overbodig is geworden. Maar dat is voor de bijbelschrijver veel te kort door de bocht!
Natuurlijk is het de bedoeling dat de luiaard in actie komt, anders vervalt hij tot de bedelstand (Spreuken 6:11). Maar in plaats van een reeks praktische tips te geven, spoort de leraar hem aan om eerst op onderzoek uit te gaan. Het eerste en belangrijkste doel is wijsheid. Door naar de mieren en vervolgens naar zichzelf te kijken, komt de luiaard tot nieuwe inzichten. Hij ontdekt hij hoe zijn inspanningen tot succes kunnen leiden, de luiheid voorbij.
Zelfreflectie, daar gaat het om. En daarbij kan zelfs zo’n minuscuul beestje als de mier helpen, als je maar, net zoals de bijbelschrijver, bereid bent om er iets van te leren.

Deze blog is geschreven door dr. Jaap van Dorp, bijbelwetenschapper bij het Nederlands Bijbelgenootschap. Als vertaler werkte hij onder andere mee aan de Nieuwe Bijbelvertaling en de Bijbel in Gewone Taal.

Dit bericht is geplaatst op zaterdag 28 juli 2018