Broeders en zusters

Almatine Leene

Toen ik in 2004 voor de eerste keer naar Zuid-Afrika vertrok, nam ik de pas verschenen Nieuwe Bijbelvertaling mee. En net zo snel als ik gewend raakte aan de Afrikaanse taal, was ik ook thuis in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV).

Wat mij vooral opviel, was de aanvulling van ‘zusters’ naast ‘broeders’, maar ik leerde dat dit niet slechts een postmoderne toevoeging was. Al in de tijd van het Nieuwe Testament werd het Griekse woord adelfoi in zekere gevallen inclusief opgevat. Negatieve reacties op deze aanvulling – waarin de NBV Schriftkritiek wordt verweten – lijken me daarom ongeldig. In elk geval voelde ik mij als vrouw veel meer aangesproken door deze vertaling. Uiteraard wist ik dat zekere oproepen in de Bijbel die aan mannen worden gericht, ook voor mij konden gelden. In onze tijd word je als vrouw in een groep immers ook regelmatig met ‘jongens’ aangesproken. Ook heb ik vaak genoeg meegemaakt dat er in bijvoorbeeld een classisvergadering door sommigen slechts in broedertaal werd gesproken. Dat is voor vrouwen uiteraard niet prettig: ze voelen zich buitengesloten. Ik ken daarentegen geen vrouwelijke aanspreekvormen waarbij ook mannen zich aangesproken zouden moeten weten. Dus waarom wel andersom? Hoe het ook zij: het is in elk geval prettig als iedereen zich aangesproken voelt en dat we inclusieve taal gebruiken. Of toch niet?

Genderneutraal

In de discussie over de aanvulling ‘zusters’ in de NBV werd door sommigen gepleit voor het gebruik van een genderneutraal woord, zoals bijvoorbeeld ‘geliefden’. Op zich is daar natuurlijk niets op tegen, maar volgens mij hoeven we geen keuze voor het een of het ander te maken. Dat leert de Bijbel ons immers zelf al op de eerste bladzijde. God schiep de mens (genderneutraal), mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen (Genesis 1:26-28). Ik ben vrouw en mens. Daarom voel ik mij in beide gevallen aangesproken. Het woord ‘mens’, dat in het Hebreeuws ook als eigennaam voor de man wordt gebruikt, heeft er wel voor gezorgd dat vrouwen eeuwenlang niet als mens zijn beschouwd, en dat heeft veel schade aangericht. Op de een of andere manier was men vergeten (en vergeet men dat soms nog) dat Adam ook gewoon ‘mens’ betekent. Christenen vinden het vreemd genoeg lastig om inclusief en gelijkwaardig te denken. Dat probleem is natuurlijk niet typisch christelijk, maar juist van christenen zou je verwachten dat zij zich daar wel voor inzetten. Uiteraard lees je in de Bijbel genoeg discriminerende teksten, niet alleen naar vrouwen toe, maar ook naar slaven. Toch is de rode draad van schepping naar Christus en heilige Geest die van gelijkheid en eenheid in Christus. Die eenheid hoor je prachtig terug in genderneutrale taal, maar ook in het gebruik van verschillende mannelijke en vrouwelijke woorden wanneer zij samen worden gebruikt.

Die eenheid betekent niet dat iedereen hetzelfde is. ‘De’ man en ‘de’ vrouw bestaan niet. Niet in de Bijbel en niet in onze tijd. Gelukkig niet. Ieder van ons is uniek en mannen en vrouwen verschillen onderling ook enorm. Dat we dit lastig vinden, komt omdat we van hokjes en vakjes houden. Maar daarmee doen we Gods schepping tekort.

Revisie

Het is nu zestien jaar later en ik keer terug naar Nederland, precies op tijd voor de gereviseerde NBV. Gelukkig zal er – zo heb ik vernomen – in de aanvulling ‘zusters’ niets veranderen. Maar ik hoop wel dat ook die vernieuwde bijbelvertaling zal bijdragen aan een gedragsverandering als het gaat om discriminatie en geweld op basis van geslacht. Want er is nog een lange weg te gaan!


Dr. Almatine Leene doet binnenkort intrede als predikant te Hattem in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt). Daarnaast is ze onderzoeker aan de Universiteit van Stellenbosch en docent dogmatiek en kerkgeschiedenis aan de VIAA Hogeschool in Zwolle.


Bronvermelding

Almatine Leene, ‘Broeders en zusters’ in: Met Andere Woorden 39/2 (oktober 2020), 20-21.

Foto: Ruben Timman.

Dit bericht is geplaatst op donderdag 1 oktober 2020