Bijbelse sieraden ontdekt door toeristen

Toeristen die een grot in Noord-Israël bekeken, stuitten onlangs op een kostbare schat. De glinsterende voorwerpen die ze dachten te zien, bleken in werkelijkheid zilveren sieraden – ringen, armbanden en oorringen – van ruim tweeduizend jaar oud te zijn.Voor archeologen is deze ontdekking van groot belang. De sieraden vertellen ons meer over het dagelijkse leven uit de tijd van de Bijbel. De sieraden dateren uit de periode dat Alexander de Grote Israël veroverde, aan het einde van de vierde eeuw voor Christus.​

Archeologie

Uniek is de vondst van oude sieraden in Israël niet. Archeologen vonden de afgelopen decennia al vaker sieraden uit de tijd van de Bijbel terug. Vooral halskettingen, ringen, oorringen, neusringetjes, armbanden, enkelbanden en ‘fibulae’ komen tijdens opgravingen regelmatig boven aarde. De meeste van deze sieraden worden ook vermeld in de Bijbel. Hoe zagen ze er eigenlijk uit, en wat voor informatie geeft de Bijbel erover?
Een tafel met daarop verschillende soorten sieraden en make up uit Israël in de late ijzertijd (ca. 1000-600 v.Chr.). Helemaal links op de tafel een bronzen spiegel, met daarvóór en daarachter een oliekruikje. Vóór het oliekruikje een palet voor make-up, met een spateltje om de make-up aan te brengen. Daarnaast een houten kam. Boven de kam verschillende oorringen, armbanden, ringen, haarpinnen en een tweede make-uppalet. Rechts van de kam twee fibulae. Helemaal rechts op de tekening twee halskettingen: de onderste met kralen van carneool, de bovenste met gouden hangers.

Halskettingen

Zeer geliefd in de oudtestamentische periode waren snoeren met kralen van verschillende materialen. De kralen waren onder andere gemaakt van kostbaar gesteente (zoals carneool), glas, metaal of bot. Metalen kralen waren soms prachtig bewerkt. Aan de kralenkettingen hingen hangertjes van bot, ivoor, (half)edelsteen of metaal. De hangers waren cilindervormig of hadden de vorm van bijvoorbeeld halve maantjes. In de Bijbel vinden we een verwijzing naar halskettingen in onder andere Hooglied 1:10. De man zegt tegen daar tegen zijn geliefde: ‘Hoe lieflijk zijn je wangen en je ringen, hoe sierlijk zijn je hals en je ketting.’

Ringen

Ringen waren vaak van zilver en eenvoudig van vorm. Aan sommige ringen was een zegelsteen of een scarabee bevestigd. Zegelringen werden vooral door mannen gedragen, andere ringen juist door vrouwen. We vinden ringen in de Bijbel terug in onder meer Spreuken 25:12, Hooglied 1:10, Hosea 2:15 en Lucas 15:22. Daarnaast in Jesaja 3, waar alle prachtige juwelen die de rijke vrouwen van Jeruzalem droegen uitgebreid worden opgesomd.

Oorringen

Naast eenvoudige, sikkelvormige oorringen, waren ook oorringen met hangers erg populair. Die hangers werden in de loop van de tijd steeds groter en zwaarder. Ze konden bolvormig zijn maar ook ovaal, in de vorm van een bloem, een kwastje of een ‘mandje’. Oorringen waren gemaakt van brons of zilver, of – minder vaak – van goud.
In Exodus 32:2 lezen we over de gouden oorringen van de Israëlitische vrouwen, die door Aäron worden gebruikt om een gouden beeld te maken. In Genesis 35:4 leveren de Israëlieten hun oorringen in bij Jakob, omdat ze alles wat herinnerde aan vreemde goden besloten weg te doen.

Neusringetjes

Neusringetjes werden meestal in het rechterneusgat gedragen. Ze waren soms versierd met kralen of hangers. In uitzonderlijke gevallen konden neusringen wel zeven centimeter lang zijn, en bungelden dan dus over de mond heen. Een bijbelse verwijzing naar neusringen vinden we in Genesis 24:22,30, waar de knecht van Abraham een neusring en armbanden aan Rebekka schenkt.

Armbanden

Armbanden waren meestal van brons, en minder vaak van zilver of goud. Ze werden door zowel mannen als vrouwen gedragen. Mannen droegen zwaardere, dikkere exemplaren, vrouwen fijnere en lichtere. Armbanden konden aan de uiteinden open zijn of gesloten. Open armbanden hadden soms uiteinden in de vorm van een dierenkop (bijvoorbeeld de kop van een slang). In de Bijbel worden armbanden genoemd in Numeri 31:50, Jesaja 3:19, Ezechiël 16:11 en Ezechiël 23:42.

Enkelbanden

Ook enkelbanden werden graag gedragen. Ze hadden over het algemeen de vorm van een ring (en niet van een kettinkje). In sommige perioden gaven enkelbanden informatie over de huwbare status van een vrouw: als een vrouw een enkelband aan beide de enkels droeg, betekende dit dat ze ongetrouwd was;, als ze er slechts één droeg, was ze inmiddels bezet. Voor bijbelse verwijzingen naar enkelbanden, zie Numeri 31:50, Jesaja 3:18 en Jesaja 3:20.

Fibulae

Vanaf de ijzertijd raakten ‘fibulae’ in de mode in Israël. Fibulae zijn een soort veiligheidsspelden in de vorm van een driehoek of een boog die werden gebruikt om kleding vast te spelden. Ze werden gemaakt van brons of ijzer, en waren soms versierd of voorzien van een groen laagje patina. In de Bijbel worden fibulae niet genoemd.

dr. Mirjam van der Vorm-Croughs is bijbelwetenschapper werkt sinds 2010 bij het Nederlands Bijbelgenootscahp als oudtestamenticus.

Dit bericht is geplaatst op maandag 29 januari 2018