Bijbelse handschriften: een ‘vondst’ en een vondst

Door Cor Hoogerwerf

In de afgelopen week was er twee keer nieuws over handschriften van de Bijbel. Eerst claimde een wetenschapper dat fragmenten van een Hebreeuwse tekst eigenlijk de oudst bekende handschriften van de Bijbel zijn. Daarna zei de Israëlische Archeologische Dienst (IAA) nieuwe fragmenten gevonden te hebben bij de Dode Zee. Wat moeten we hiervan denken?

‘Vondst’ uit Deuteronomium

Bijbelwetenschapper Idan Dershowitz kwam groot in het nieuws met de bewering dat fragmenten van een tekst die op Deuteronomium lijkt, toch geen vervalsing zijn. Deze fragmenten werden in 1883 vanuit Israël naar Londen gebracht door Wilhelm Moses Shapira, een handelaar in oudheden. Hij zei dat ze bij de Dode Zee gevonden waren. Misschien was het wel Mozes’ eigen exemplaar! Maar experts oordeelden dat het een vervalsing was. De fragmenten werden voor een habbekrats verkocht en raakten al snel kwijt.

Dershowitz is niet de eerste die opwerpt dat het toch echte oude teksten zouden kunnen zijn. Wat moeten we denken van zo’n bewering? Er zijn een aantal vuistregels bij nieuws over vondsten uit de oudheid:

  • Is de vondst gedaan in een gecontroleerde opgraving? In dit geval: nee.
  • Is er een betrouwbaar verhaal over de herkomst? Nee, van Shapira is bekend dat hij in vervalsingen handelde.
  • Kunnen experts de handschriften zelf onderzoeken? Nee, want ze zijn verloren gegaan. Er zijn alleen handgemaakte kopieën uit de negentiende eeuw.

Kortom, alle seinen staan op rood. Als Dershowitz wel gelijk heeft, zou dat fantastisch zijn. Want dan zouden we opeens hard bewijs hebben over de voorgeschiedenis van het bijbelse boek Deuteronomium. Maar het is verstandig om ervan uit te gaan dat het vervalsingen zijn, tenzij Dershowitz een heleboel experts in oude handschriften weet te overtuigen. Die kans is echter uiterst klein.

Vondst uit Nahum en Zacharia

Heel anders is het met de vondst die de Israëlische Archeologische Dienst (IAA) aankondigde. Daar gaat het om een officiële opgraving in de grotten bij de Dode Zee. De snippers die gevonden zijn bevatten teksten uit de Griekse vertaling van Nahum en Zacharia. Dat is bijzonder, maar niet opzienbarend. Al eerder werd in een nabijgelegen wadi een rol gevonden met de Griekse vertaling van de twaalf kleine profeten.

Hoe die teksten daar terecht gekomen zijn? Tijdens de Bar Kochba-opstand (132-136 na Chr.) verstopten veel Joden zich daar voor de Romeinen. En dus kennelijk ook Joden die de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel lazen. Het grote nieuws is niet zozeer wat er gevonden is, want dat past heel goed bij wat al bekend was. Wel opzienbarend is dat er nog handschriften in deze grotten liggen. Israël is bezig de grotten in dit zeer ruige en moeilijk toegankelijke gebied uit te kammen om illegale opgravers de pas af te snijden. Niet zonder succes, zo blijkt.

De wereld van de bijbelse handschriften is een wereld vol fascinerende verhalen. Maar niet alle verhalen over die handschriften zijn even geloofwaardig. Als een handschrift geen betrouwbare herkomst heeft, is deze van geen enkele waarde. Maar handschriften met een betrouwbare herkomst voegen steeds nieuwe dingen toe aan onze kennis van de Bijbel.

Cor Hoogerwerf
Specialist vertalen en exegese Nieuwe Testament bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Dit bericht is geplaatst op zaterdag 20 maart 2021