Bij het water

God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.
Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde
en storten de bergen in het diepst van de zee.
Laat de watervloed maar kolken en koken,
de hoge golven de bergen doen beven. sela

Psalm 46:2-4

Laat de watervloed maar kolken? Alsjeblieft niet. Natuurlijk zijn we wél bang.

Was er maar een ark. Was er ook nu maar een goddelijke reddingsboot zoals het mandje van Mozes of de boot van Noach. Voor als het water komt.

En het water kwam. Verwoestend en meedogenloos. Ja, kolkend. Er zat niets anders op dan te redden wat er te redden valt. Zandzakken en megafoons. ‘Verlaat uw huizen!’ Hulde aan de hulpdiensten en aan al die mensen met handen uit de mouwen en aan de wijze waterexperts.

En nu staan we op de oever. Niet iedereen kan naar huis. Sommige huizen zijn nog niet veilig, andere huizen zijn volledig verdwenen. En het hartverscheurende dodental vertelt van mensen die nooit meer thuiskomen.

Lieve God
Geef troost en kracht
om met de enkels in het water afscheid te kunnen nemen.
Wees nabij zoals alleen U dat kan.
Wees die schuilplaats
bewaar onze dierbaren in uw liefde
troost ons
voor altijd en altijd.
Amen

Mirjam Vos
Theoloog en als redacteur van debijbel.nl werkzaam voor het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 20 juli 2021