Archeologie en de Bijbel

Onlangs was in het nieuws dat een 3000 jaar oud beeldje is gevonden in het noorden van Israël. Mogelijk een afbeelding van een koning uit het Oude Testament. Eerder dit jaar was de afdruk van een zegel gevonden, dat van Jesaja geweest zou zijn.  Zo’n link tussen archeologische vondsten en de Bijbel wordt vaker gelegd. Maar meestal is zo’n relatie zeer dubieus, weet Jürgen Zangenberg.

Zangenberg is hoogleraar Geschiedenis en Cultuur va het antieke Jodendom en het Vroege Christendom aan de universiteit van Leiden en leidt een internationaal opgravingsproject bij het meer van Galilea (www.kinneret-excavations.org). Vorig jaar brachten de media het nieuws dat de beker gevonden was die Jezus gebruikte toen hij water in wijn veranderde, en dat het huis van Petrus, Filippus en Andreas gevonden was. Afgelopen voorjaar doken dus dat oeroude beeldje en een zegelafdruk op. Hoe serieus moeten we die vondsten nemen? Dat vroegen we aan Zangenberg.

De beker die Jezus gebruikt zou hebben toen hij water in wijn veranderde, is gevonden. Zo kopte een nieuwsbericht een tijd geleden. Is dat ook werkelijk zo?
Zangenberg: ‘Nee. De vondst heeft niets te maken met het wonder van Jezus in Kana uit Johannes 2. In dit verhaal wordt helemaal niet gesproken over een beker, maar alleen over grote vaten waarin 80 tot 120 liter water in kon. Er is dus geen enkele verbinding tussen de genoemde vondst en de bruiloft in Kana. Wat is er dan wel gevonden? Een werkplaats waar men stenen bekers en ander vaatwerk maakte. Door dit vaatwerk van steen te maken, konden de Joden in de eerste eeuw na Christus zich aan hun reinheidswetten houden.’

Een ander bericht meldde dat de woningen van Petrus, Filippus en Andreas gevonden zou zijn. Hoe zit het daarmee?
Zangenberg: ‘Het gaat hier om huizen in Betsaïda, een dorp dat onder andere in het evangelie volgens Johannes genoemd wordt (Johannes 1:44). Onlangs is inderdaad een plaats ontdekt die het oude Betsaïda zou kunnen zijn. Maar zeker is dat niet. Er is namelijk ook een andere plek opgegraven die het Betsaïda uit de Bijbel zou kunnen zijn. Het is dan ook gevaarlijk om archeologische opgravingen meteen aan een plaats of gebeurtenis in het Nieuwe Testament te verbinden. Om te bepalen wat een vondst precies is, moet je er zorgvuldige argumenten voor hebben. En als er nieuwe informatie beschikbaar komt, of andere onderzoekers met betere argumenten komen, moet je je conclusies weer aanpassen.
En de woningen van Petrus, Filippus en Andreas dan? Als er al geen zekerheid is over waar Betsaïda ligt, dan weten we al helemaal niet waar de huizen van apostelen stonden. En zelfs als we precies wisten waar Betsaïda lag, dan nog is het meestal onmogelijk om te zien wie waar woonde. Er waren nou eenmaal geen naambordjes.’

Zegel van Jesaja?
Niet al te lang geleden zou de afdruk van een zegel gevonden zijn die van Jesaja geweest was. De naam Jesaja kwam veel vaker voor in de tijd van deze zegelafdruk. De andere letters zou je kunnen lezen als het woord ‘profeet’. Maar deze letters zijn slecht leesbaar. Heel waarschijnlijk stond er Jesaja, de zoon van NBY – dus niet de bijbelse Jesaja, de zoon van Amos. En dus is ook deze vondst lang zo spectaculair niet als eerst geroepen werd.
Zo is het ook met de vondst van dat 3000 jaar oude beeldje. We weten niet eens of het beeldje überhaupt iemand voorstelt, laat staan dat het een persoon is die in de Bijbel voorkomt. Het is gevaarlijk om meteen een link met de Bijbel te verwachten.

Wat kun je dan wel van archeologie verwachten?
Zangenberg: ‘Er zijn veel gelovigen die graag zien dat verhalen uit de Bijbel door archeologische vondsten bevestigd worden. Die willen graag dat je een archeologische vondst direct aan bijbelvers kunt verbinden. Maar dat kan meestal niet. Want zo werkt de archeologie niet.
Archeologie helpt ons om het verleden te begrijpen. Als het gaat om de tijd van de Bijbel, dan helpt de archeologie ons om de mensen van toen te leren kennen. Hoe leefden gewone mensen in de tijd van Jezus? Hoe zag het Jodendom van toen er uit? Dat heeft veel effect op hoe we de Bijbel gebruiken.
In de media werken mensen graag met schreeuwende headlines. Die prikkelen, maken nieuwsgierig en zorgen ervoor dat het dichtbij komt. Maar in de archeologie gaat om nauwkeurige studie op de lange termijn. Dat roept misschien nu minder op, maar zorgt er uiteindelijk wel voor dat we de bijbelse verhalen beter begrijpen.’

Archeologie op debijbel.nl
Wat we kunnen leren van archeologie zie je bijvoorbeeld terug in moderne bijbeluitgaven en in achtergrondinformatie over de Bijbel. Op debijbel.nl maken we ook dankbaar gebruik van wat archeologie ons leert. Bijvoorbeeld bij de afbeeldingen van de wereld van de Bijbel die we online plaatsen. Zo kun je bijvoorbeeld een goed beeld krijgen hoe de tweede tempel er uitzag, of een altaar, of een vissersboot uit de tijd van Jezus.

Dit interview is geschreven door Marijn Zwart, Nieuwtestamenticus bij het Nederlands Bijbelgenootschap.

Dit bericht is geplaatst op woensdag 11 juli 2018